Skip to main content

Recent werd ik geïnterviewd voor DUB Magazine in het kader van onderwijs voor professionals. Aan het begin van 2025 heb ik namelijk een leergang gevolgd aan de Universiteit Utrecht over kunstenaarschap en donateurs.

Lees het artikel hieronder, of klik op deze link: https://dub.uu.nl/nl/achtergrond/de-cijfers-bevestigen-hoogopgeleiden-leren-graag-door 

Het artikel is zowel online als in print verschenen.

 

Volgens cijfers uit 2023 van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) deed 13 procent van alle Nederlanders tussen de 25 en 65 jaar een werkgerelateerde cursus. De wens om het eigen werk beter te kunnen uitvoeren, was daarbij de voornaamste motivatie. Ook noemen respondenten algemene interesse, een verplichte cursus vanuit de werkgever of veranderingen binnen het bedrijf als reden om bij- of om te scholen.

In die ontwikkeling voeren hoogopgeleiden de lijst aan. Vooral hoogopgeleide werkenden tussen de 36 en 55 jaar zoeken actief naar manieren om zich te verdiepen en te specialiseren in hun vakgebied. Ook neemt deze groep het meest daadwerkelijke deel aan opleidingen, trainingen en cursussen, blijkt uit een Marktrapportage van bureau Nidap en een recent Doelgroeponderzoek Professionals van de Universiteit Utrecht.

Volgens de onderzoekers zijn de opmars van kunstmatige intelligentie, de toenemende digitalisering en de groeiende complexiteit in het werkveld redenen waarom met name hoogopgeleiden bij willen leren. Respondenten gaven aan daarbij niet alleen behoefte te hebben aan verdieping binnen hun eigen vakgebied, maar ook steeds vaker te moeten samenwerken met collega’s buiten hun eigen expertise. Dit vraagt om nieuwe vaardigheden. De ontwikkeling van leiderschapsvaardigheden zijn daarbij populair, maar ook persoonlijke effectiviteit, zoals overtuigen en onderhandelen, en creativiteit en innovatief denken staan in de top 5.

De grootste scholingsbehoeften komt vanuit de top van organisaties: de managers en leidinggevenden. Zij zien hun organisatie, rol en verantwoordelijkheden veranderen. Op de tweede plaats staat de ICT-sector. Technologische ontwikkelingen vragen daar om een update van vakkennis. Human Resource Management en personeelszaken, waar de behoefte aan extra scholing vooral wordt veroorzaakt door interne organisatieveranderingen, staan op de derde plaats. De zorgsector, op plaats vier, heeft behoefte aan scholing in beroepsvaardigheden, omdat het werk complexer en specialistischer wordt.

Een groot deel van hoogopgeleid Nederland staat dus open voor een vervolgopleiding. Uit het Doelgroeponderzoek van wie de respondenten 23 jaar of ouder waren, minimaal een hbo-opleiding hadden gedaan en in de provincie Utrecht wonen, blijkt dat meer dan 70 procent van de hoogopgeleide werkenden, vooral met een wo-diploma, zelfs overweegt binnen zes maanden een opleiding te volgen.

Met name in sectoren als gezondheidszorg, wet- en regelgeving, cultuur en samenleving en onderwijs denkt bijna de helft hierover na. Toch slagen universiteiten er nog niet goed in om deze doelgroep aan zich te binden. Volgens hetzelfde onderzoek staan respondenten positief ten opzichte van een opleiding bij de UU vanwege de kwaliteit van het onderwijs, maar is een groot deel, 64 procent, van de doelgroep niet bekend met het aanbod van opleidingen voor professionals van de UU. Daar is dus nog een mismatch te beslechten.

‘Relevante vragen voor kunstenaars’

Naam: Joyce Overheul (35)
Beroep: Beeldend kunstenaar

“Ik heb begin juni de cursus De kunst van het vragen afgerond. Vier keer twee uur, om de week op een dinsdagavond, in de Universiteitsbibliotheek in het centrum van Utrecht. Het was heel leerzaam. Ik was nieuwsgierig naar de structuur en geschiedenis van het mecenaat. Dat gaat over de financiële en sociale steun die personen verlenen aan kunstenaars, wetenschappers of andere creatievelingen. Hoe werkt het precies? Kan ik zelf iets met collega’s organiseren? Kunnen we de komende jaren nog subsidies krijgen? Voor mij als kunstenaar en ondernemer allemaal relevante vragen.

“Een bekende van me vroeg of ik interesse had in de cursus. Zo ben ik erop gekomen. Maar ik heb eigenlijk geen moment getwijfeld. De locatie was heel fijn en de kosten waren laag. Ik betaalde als kunstenaar 30 euro voor het hele traject, omdat de cursus gesponsord wordt door de Vriendenloterij. Het was een grote groep van ongeveer zestig cursisten, zowel makers als mensen uit de cultuursector. Ongeveer de helft van de groep volgde de cursus online, maar ik ben altijd fysiek aanwezig geweest. Face-to-face werkt beter voor mij. Dan haal ik er meer uit.

“Het viel me op dat iedereen gemotiveerd was. Mensen hebben zelf voor de cursus gekozen en dat merkte je. Het tempo lag hoog en er werd een strak schema gevolgd, maar dat deerde niet. We kregen veel nuttige informatie en gingen regelmatig in break-out groepjes uiteen om ervaringen te delen. Ik zou het zo weer doen. Ik heb mijn bachelor en master aan de Hogeschool voor de Kunsten Utrecht gedaan en weleens overwogen om een tweede master te doen, maar zoiets moet in je schema passen en de kosten zijn hoog. Dit soort korte cursussen zijn ideaal en ook nog eens leuk om te doen.”